Translate

Total de visualizações de página

sábado, 21 de dezembro de 2013

Mattheüs 26 1 En het geschiedde , als Jezus al deze woorden geëindigd had , dat Hij tot Zijn...

Mattheüs 26
1 En het geschiedde , als Jezus al deze woorden geëindigd had , dat Hij tot Zijn discipelen:2 Gij weet, dat na twee dagen is het feest van het pascha , en de Zoon des mensen zal overgeleverd om gekruisigd te worden .3 Toen vergaderden de overpriesters , en de Schriftgeleerden , en de oudsten van het volk , tot het paleis van de hogepriester , die genaamd was Kajafas ,4 En beraadslaagden, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden .5 Maar zij zeiden: Niet in het feest , opdat er geen oproer worde onder het volk .6 Als nu Jezus te Bethanie was , in het huis van Simon de melaatse ,7 Kwam tot Hem een ​​vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf , en goot ze uit op zijn hoofd , terwijl hij aan tafel zat .8 Maar toen zijn discipelen, dat ziende , namen het zeer kwalijk , zeggende: Waartoe dit verlies?9 Want deze zalf had kunnen duur verkocht , en aan de armen gegeven .10 Toen Jezus begrepen , zei hij tot hen: Waarom gij deze vrouw moeite ? want zij heeft een goed werk gewrocht op mij .11 Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd .12 Want als zij heeft uitgestort deze zalf op mijn lichaam , ze deed het voor mijn begrafenis .13 Voorwaar zeg Ik u : Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld , daar zal ook , dat deze vrouw gedaan heeft , worden verteld voor haar gedachtenis .14 Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters ,15 En zeide tot hen: Wat wilt gij mij geven , en ik zal Hem u overleveren ? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen .16 En van toen af ​​zocht hij gelegenheid om hem te verraden.17 Nu is de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden kwamen de discipelen tot Jezus , zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten ?18 En hij zeide : Gaat heen in de stad , tot zulk een , en zegt tot hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal het pascha houden met Mijn discipelen .19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had , en bereidden het pascha .20 En als het avond geworden was , zat Hij aan met de twaalven.21 En als zij aten , zei hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden .22 En zij werden zeer bedroefd, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen : Heere , is het wel?23 En hij antwoordde en zeide: Die zijn hand indoopt met Mij in de schotel , die zal Mij verraden .24 De Zoon des mensen gaat wel heen zoals van Hem geschreven is ; maar wee de mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt ! het had voor die mens goed geweest , als hij niet geboren was .25 Toen antwoordde Judas , die hem verraden , en zeide: Meester , is het wel? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd .26 En als zij aten , nam Jezus het brood , en zegende het, brak het en gaf het aan de discipelen , en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam.27 En Hij nam den drinkbeker , en gedankt hebbende, gaf hun dien , zeggende: Drinkt allen daaruit ;28 Want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.29 Maar Ik zeg u , ik zal niet voortaan van deze vrucht van de wijnstok drinken , tot op die dag als ik drink het met u nieuw in het koninkrijk van mijn Vader .30 En als zij den lofzang gezongen hadden , gingen zij uit naar den Olijfberg .31 Toen zeide Jezus tot hen , zullen alle gij aan Mij geergerd deze nacht , want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden .32 Maar nadat Ik zal opgestaan ​​zijn , zal Ik u voorgaan naar Galilea .33 Peter antwoordde en zeide tot Hem: Al alle mensen zullen worden aan U geërgerd , ik zal nimmermeer geërgerd worden .34 Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat dezen nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.35 Peter zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven , zo zal ik U niet ontkennen . Desgelijks zeiden ook al de discipelen.36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane , en zeide tot de discipelen : Zit hier neder , totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben .37 En hij nam met hem Peter en de twee zonen van Zebedeüs , begon Hij droevig en zeer beangst te worden .38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd , tot stervens toe : blijft gij hier , en waakt met mij .39 En hij ging een beetje verder , en viel op zijn aangezicht , en bad , zeggende: Mijn Vader , indien het mogelijk is , laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt .40 En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende , en zeide tot Peter , Kunt gij dan niet waakt een uur met mij ?41 Waakt en bidt , opdat gij niet in verzoeking komt : de geest is wel gewillig , maar het vlees is zwak .42 Hij ging wederom de tweede keer , en bad , zeggende: Mijn Vader, als deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan , tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede .43 En hij kwam en vond hen wederom slapende , want hun ogen waren bezwaard .44 En hij liet hen staan ​​en ging weer weg , en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden .45 Toen kwam Hij tot Zijn discipelen , en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet , de ure is nabij gekomen , en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren .46 Sta op, laten we gaan; ziet , hij is nabij, die Mij verraadt .47 En als Hij nog sprak , ziet, Judas , een van de twaalven, kwam , en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de hogepriesters en oudsten van het volk .48 En die Hem verried, had hun een teken gegeven , zeggende: Dien ik zal kussen , Dezelve is het , grijpt Hem .49 En terstond komende tot Jezus , en zeide: Wees gegroet, Rabbi , en kuste hem .50 En Jezus zeide tot hem: Vriend , waartoe zijt gij hier ? Toen kwamen zij toe , en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.51 En ziet , een van degenen, die met Jezus waren strekte zijn hand uit , en trok zijn zwaard , en sloeg een dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn oor af .52 Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan .53 Of meent gij, dat ik nu niet kan bidden tot Mijn Vader , en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen ?54 Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden , dat het alzo geschieden moet ?55 In diezelfde ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar , met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; Dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel , en gij hebt Mij niet gegrepen .56 Maar dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden . Toen vluchtten al de discipelen Hem en vluchtten .57 En zij, die de wacht had gelegd op Jezus leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester , alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren .58 Maar Peter volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters , en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren , om het einde te zien .59 En de overpriesters , en de ouderlingen , en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus , om hem ter dood te brengen ;60 Maar niemand gevonden : ja , hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren , zo vonden zij toch niet. Ten laatste kwamen twee valse getuigen ,61 En zeiden : Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken , en om het te bouwen in drie dagen .62 En de hogepriester stond op , en zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets ? wat getuigen dezen tegen U?63 Maar Jezus bleef zwijgen , En de hogepriester , antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God , dat Gij ons zegt , of Gij zijt de Christus , de Zoon van God .64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd toch Ik zeg u, dat nu aan zult gij de Zoon des mensen , zittende ter rechter hand der kracht Gods , en komende op de wolken des hemels .65 Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen , zeggende : Hij heeft God gelasterd , wat behoeft verder hebben wij nog getuigen ? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord .66 Wat dunkt u ? Zij antwoordden en zeiden: Hij is des doods schuldig .67 Toen deden ze spuwen in zijn aangezicht , en sloegen Hem met vuisten en anderen sloegen hem met de palmen van hun handen ,68 zeggende : Profeteer ons , Christus, wie is het, die U geslagen heeft ?69 Nu Peter zat buiten in de zaal en een dienstmaagd kwam tot hem , zeggende: Gij waart ook met Jezus van Galilea .70 Maar hij loochende het voor allen , zeggende: Ik weet niet , wat gij zegt .71 En toen hij weg was buiten in de veranda , zag een andere hem , en zeide tot hen die er waren: Deze was ook met Jezus van Nazareth.72 En wederom met een eed ontkende hij , weet ik niet de man .73 En na een tijdje kwam tot hem , die er stonden , en zei tegen Peter , gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar .74 Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: Ik ken den Mens niet . En terstond kraaide de haan .75 En Peter werd indachtig het woord van Jezus , Die tot hem gezegd : Eer de haan gekraaid zal hebben , zult gij Mij driemaal verloochenen . En hij ging naar buiten en weende bitter .


De wil om de Bijbel in uw taal te downloaden klikt u op deze lik .
http://www.BibleGateway.com/Versions/
http://ebible.org/
KHMER - http://ebible.org/khm/
Of download de Bijbel in het Engels :
http://www.baixaki.com.br/download/Bible-Seeker.htm


Delen met je vrienden .

Nenhum comentário:

Postar um comentário